Kort gezegd: een streektaal die in belangrijke mate afwijkt van de
algemene taal.
Die verschillen hebben betrekking op de
woordenschat.
Denk maar aan het weliswaar zo goed als uitgestorven
fli?e(r)têr voor vlinder.
Ook klanken kenmerken een dialect.
In Retie wordt huis als
hojs uitgesproken.
Zelfs binnen de grenzen van onze gemeente waren en zijn er verschillen
in uitspraak. Zout bv. hoor je
zeit uitspreken, in andere delen van de gemeente klinkt het als
zaut.
In Werbeek en Hodonk, wellicht ook in andere gehuchten, werden
bepaalde klanken gevolgd door een naslag die ik weergeef door wie (bv.
hei hawie).
In andere delen van de gemeente komt deze naslag niet voor. Spraakkundige verschillen, zowel in vormen als in
zinsstructuren, zijn er eveneens bij de vleet, bv.
ik zèn in plaats van ik ben.
Tenslotte is er het onderscheid in intonatie.
Dialectgroepen
Het Reties vormt natuurlijk geen dialecteiland.
Het vertoont veel overeenkomst met de dialecten van een groot gebied dat
historisch gezien grosso modo binnen de grenzen van het vroegere hertogdom
Brabant valt en nu de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en
Noord-Brabant in Nederland bestrijkt.
We spreken dus een Brabants dialect evenals de Diestenaar of de
Eindhovenaar.
Evolutie
De laatste decennia is er door allerlei invloeden (onderwijs, media,
mobiliteit, migratie) een sterke toename van het gebruik van het algemeen
Nederlands en een grote nivellering van de dialecten.
Als ze aandachtig naar hun ouders of grootouders luisteren, zullen jonge
mensen zonder moeite klanken, woorden, uitdrukkingen horen die zij niet
meer of nauwelijks nog gebruiken in hun dialect.
De aandacht van de dialectonderzoekers gaat bijna vanzelfsprekend naar die
oudere, zeldzame dialectwoorden en uitdrukkingen alhoewel het
Reties-van-nu ook wel boeiend taalmateriaal kan opleveren.
Het Reties
De aandacht zal in deze rubriek uitsluitend naar woordenschat,
uitdrukkingen en spreekwoorden gaan.
In deze inleiding toch even aandacht voor enkele klankverschijnselen die
in de streek als kenmerkend voor het Reties worden aangevoeld.
Het meest opvallende is ongetwijfeld de zgn. glottisslag of
stembandploffer, ook omdat deze klankeigenaardigheid in onze streek
hoofdzakelijk in Retie voorkomt.
Het is het vervangen van een k of t binnen een woord door een sterk
ingezette, ploffende klank die diep in de keel, in het strottenhoofd waar
zich de stembanden bevinden, wordt gerealiseerd.
Retienaars zeggen dus niet
retie maar
re?ie, niet bakken
maar ba?en,
niet sjotten maar
sjo?en.
Een ander, weliswaar ruimer verspreid verschijnsel, is het grotendeels
inslikken van een onbeklemtoonde eindlettergreep.
Wat overblijft is een verzwakte voorafgaande medeklinker en een sterk door
de neus uitgesproken of genasaleerde klank.
Denk maar aan maanden, meulen.
Verlenging onder invloed van vooral st, ns, rs en cht komt zeer vaak voor:
gast wordt
gâst uitgesproken, kans klinkt als
kâns, dwars als
dwèès, gracht als
grâcht.
Tenslotte is er de inschakeling van een j voor de lettergreep aar gevolgd
door een t of d:
stjèt voor staart, paard
wordt pjèèd
uitgesproken, maart
mjèèt.
Weergave
Het schriftelijk weergeven van taalklanken is een hachelijke onderneming.
Ons alfabet bestaat uit 26 letters.
Vier daarvan, c-q-x-y, staan dan nog voor klanken die door andere letters
worden uitgedrukt.
Uiteraard gebruiken we bij het spreken veel meer klanken.
Door scholing en overeenkomst ontstaan er ondanks dat beperkte
letterarsenaal weinig problemen voor het algemeen Nederlands.
Voor het dialect is dat een ander paar mouwen.
Om gesproken taal zo nauwkeurig mogelijk weer te geven wordt gebruik
gemaakt van fonetisch schrift, dat over veel meer tekens beschikt dan het
alfabet.
Voor deze rubriek echter behelp ik mij met de in 1999 ontworpen
Referentiespelling voor de Brabantse dialecten.
De uitspraak in de algemene taal van een reeks woorden zoals
putje, potje, poortje,
paadje, paardje, pootje
schept geen problemen.
Vertaling in het Reties blijft bij proberen.
Een benaderende weergave is dan:
pujen, pùjen
, pojen,
pèjen,
pjèjen,
pjùjen .
Met dank aan Gust Adriaensen. Dank ook aan
Maria Meulemans en Lowie Dijckmans voor het inspreken.